Bijenteeltvereniging Beemster en Omstreken.

De Bijenteeltvereniging Beemster en Omstreken is opgericht in 1926 en is nu een subvereniging van de landelijke vereniging NBV (Nederlandse Bijenhouders Vereniging).
Vroeger was het overgrote deel van de leden fruitteler van beroep en hadden zelf de honingbijen hard nodig, tegenwoordig veelal hobbyisten en vaak zonder agrarische achtergrond.
De fruittelers hebben de honingbijen nodig voor de bestuiving van de fruitbloesems in het voorjaar. Ooit was de Beemster een belangrijk fruitteelt gebied, tegenwoordig zijn er nog maar enkele fruittelers.
Door het fruit en andere tuinbouw vooral in de Z.O.Beemster waren er vroeger meer leden en kwamen ze grotendeels uit de Beemster.
Daarna begon het leden aantal wat te vergrijzen, maar tegenwoordig is er gelukkig weer wat toename ook door interesse van jongere. Vooral doordat de honingbij landelijk regelmatig in het nieuws is.
Men ziet steeds meer in hoe belangrijk de honingbijen voor de economie en onmisbaar voor de natuur zijn.

Door verschillende oorzaken wordt de honingbij bedreigd: mijten, virussen, bestrijdingsmiddelen en een gebrek aan gevarieerd stuifmeel.

Grappig is te zien dat het aantal leden enorm toenam tijdens de tweede wereld oorlog. Maar dat kwam toen meer omdat de leden extra tabaksbonnen kregen omdat ze de rook nodig hadden tijdens het werk in hun bijenvolken. Maar in werkelijkheid waren het niet zulke grote imkers als ze deden vermoeden. Na de oorlog nam het aantal weer snel af.
Tegenwoordig hebben we rond de 60 leden en ze komen uit een groot gebied ook buiten de Beemster vandaan.

De honingbij is een sociaal levend insect, dat wil zeggen dat ze in een kolonie leven, wat wij een bijenvolk noemen. Een bijenvolk bestaat uit één koningin, enkele honderden darren (mannetjes) en 20.000 tot 60.000 werksters (onvruchtbare vrouwtjes).
De koningin heeft alleen tot taak om eitjes te leggen, tot wel 2000 eitjes per etmaal. De darren hebben alleen tot taak om de pas geboren koninginnen te bevruchten. En al het werk wordt gedaan door werksters, zoals raten poetsen en bouwen, stuifmeel en nectar in de raten opslaan, de vliegopening bewaken, stuifmeel en nectar van bloemen verzamelen. In de zomer zijn de werksters zo hard aan het werk (bezige bij), zodat ze na zes weken letterlijk op zijn en sterven. In de winter moeten ze proberen te overleven en is het te koud om buiten de kast te komen. Hierdoor verslijten ze niet en keven ze wel 4 maanden. De bijen vliegen uit de kast zo gauw de temperatuur hoger dan 9 graden Celsius is.
De temperatuur in de bijenkast wordt door de bijen zelf altijd van maart tot in oktober altijd precies op 35 graden Celsius gehouden.
Honingbijen vliegen hooguit drie kilometer van hun kast vandaan, maar blijven het liefst zo dichtbij mogelijk. Vandaar dat de imkers hun bijenkasten zoveel mogelijk in bloemrijke omgevingen plaatsen. In de Beemster moeten de bijen het vooral hebben van fruitbloesems, paardenbloemen, wilg, esdoorn, paardenkastanje en linden. De akkers zien wel mooi groen, maar daar is voor de bij niet veel te halen. Vandaar dat je steeds meer bijenkasten in de buurt van woonwijken vindt. Want in de vele tuintjes bloeit altijd wel iets en is het noodzakelijk stuifmeel aanbod voor de honingbij gevarieerder dan het platteland.

TERUG